bokaal van de straat

afm.: 29 x 29 x 36 cm. Gewicht 12 kg.
asfalt, met ruwe edelstenen, cilinder uit baksteen(muur), goudstroom en kelk van keramiek met geslepen edelstenen.

Maandag werd de Gelderse Bokaal uitgereikt, een tweejaarlijkse cultuurprijs van het Prins Bernard Cultuurfonds Gelderland.
De prijs is telkens voor een andere discipline, voor 2019 was die Urban Arts, en vGtO was gevraagd de bokaal te maken.
Urban Arts, dat is de kunst van de straat, van de asfaltjungle. Die is hard en ruw. De kunstenaars komen niet van academies maar zijn ‘so to speak’ streetwise, net als het publiek, zij stuwen elkaar op. Zo is daar rapper Dani,(Apeldoorn) die door de rap zich aan zijn haren uit het moeras trekt, het moeras van zijn moeilijke jeugd. En dat wil hij delen, doorgeven aan anderen, vrucht laten dragen. Hij is daarin ondernemend, richt een label op, een soort van school en noemt dat project Passievrucht.
Het asfalt, het stenige en de passievrucht zijn de elementen voor ons ontwerp. Wanneer je een (rijpe) passievrucht opensnijdt stroomt daar een wonderlijk goedje uit, een zaad-houdend goedje. Dat verbeelden wij: de opengesneden vrucht is de kelk waaruit het goud stroomt, terugvloeit naar de straat. Maar Urban Art is niet alleen ruw, het is ook bling bling, het wil ook pimpen. En dat moet een prijsbokaal ook doen; schitteren, hij moet schitterend zijn.

wild verlangen

(…)De recent opgegraven beek is een mooi voorbeeld hoe de natuur in een wild verlangen naar ruisend water en gezonde insecten, de gecultiveerde wereld weer wordt binnengehaald. Hiermee is de Jansbeek het perfecte achtergronddecor voor deze editie van de Biënnale Gelderland.(…)
Dit schrijft curator Inge Pollet in de brochure bij de tentoonstelling die nu bijna afloopt.
Hhumm: een wild verlangen naar ruisend water. Misschien ook historiserende identiteitspolitiek dan wel citymarketing? Vorige week zaterdag was er een actie van kunstenaar Rob Sweere onder aan de Rijnkade, vlak voordat de beek in de Rijn stroomt. Hij had een soort brancard gebouwd waarmee je via een rail onder de waterval van de beek werd geschoven. Het bed was afgedekt met plastic dat met enige afstand van je hoofd werd gehouden. Nat werd je nauwelijks maar de krachtige stroming voelde je goed op je buik, het maakte een flink geluid en je rook het water. Die ervaring was voor mij de sterkste van de kunstwerken ‘waarin de actuele betekenis van de relatie tussen mens en natuur wordt bevraagd.’
Even was er het besef dat de beek altijd stroomt.

foto; Ellen Boersma

te late Romantiek

Park Klarendal ligt ‘uphill’ in het noorden van de stad. Op ochtenden, van mijn hardlooproute, zie ik daar vaak Romantische schilderijen; vergezichten omkaderd door oude bomen met breed laaghangende takken, van opkomende zonnen, en of mistige heuvels in een verdampend perspectief, de skyline van de stad met in de verte de IJssel, Nijmegen en het Reichswald. Het is nauwelijks te fotograferen. Ook niet handig wanneer je wilt hardlopen.
Beneden in het park, tegenover wat ooit de Arnhemse Buitenschool was stond een oude schuur een garage(?), op een verloren lapje grond, in onbruik, vervallen, verscholen tussen bomen en struiken, overwoekerd; heel Romantisch. Die kon ik wél fotograferen, dacht ik, op een wandeling afgelopen zondag. Maar ik was te laat. Het onroerend goed was gesloopt. Jammer, fotograferen moet je nooit uitstellen. Zelfs dingen die al jaren en jaren bestaan verdwijnen zomaar. Maar wonderlijk was wel dat ik nu de ruimte zag die het in had genomen, de herkenning was verdwenen. Het zicht was nieuw, luchtig. Het was leeg, ook mooi.

lam in het bushokje

Zurbarán schilderde het Lam Gods maximaal overtuigend. Ik zie zijn Agnus Dei, (een tamelijk klein schilderij, 37,3 x 62 cm, uit de tijd van Rembrandt)- zelfs voor de meest ongelovige- als een godsbewijs. Niet voor niets dat het ‘Rijks’ dat beeld kiest in de reclamecampagne. In 2016 tekende ik in mijn bollekesdagboek ook een negatief daarvan, een zwart schaap.


opgelicht

Altijd staan er bloemen, verse, in de flat bij Rob. Als het kan kom ik er iedere week een keer om te schaken. Laatst stonden er klaprozen. Klaprozen op de vaas? Oplichting, voelde ik even. Opgelicht en tegelijk betrapt, betrapt op de goedgelovigheid van mijn ogen. De kunstbloemen waren of zijn – want ze gaan niet dood- beter dan echt. Ze moeten niet mogen. Kunstbloemen ruiken niet, drinken niet, ze zijn met recht vals.

ins blaue hinein (toren voor één persoon)

foto Pat van Boeckel

‘Dichter op het land’ is de titel van het landart- en poëzieproject op het voormalig eiland Schokland: een beeldenroute die onderdeel uitmaakt van het cultureel festival ‘Zomer op Schokland’. De route is 6 km lang en komt langs 20 beelden. Bij elk kunstwerk vind je een kaart met foto en gedicht. Lopend verzamel je zo een dichtbundel. Het idee is dat de kunstwerken en de gedichten -met betrekking op het landschap, de verhalen van Schokland of anderszins- je dichter op het land brengen.

Lopend of fietsend door Arnhem, langs de laat 19e eeuwse in eclectische stijl gebouwde herenhuizen. Dan kun je je voorstellen dat de erkertjes, de torentjes die hooguit ruimte bieden voor één persoon, een ideale plek zijn om gedichten te schrijven, te lezen.
Voor Schokland hebben we zo’n toren voor één persoon gebouwd van het hemelsblauwe schuim, styrofoam. Het (zeer) Laat-Romantisch gebouwtje, ergens een beetje verscholen, dissoneert lichtelijk in het toch wat sobere Schokland. Het gebouw is superlicht, zweeft als het ware boven de grond, en is via een scheidsrechterstoel te bereiken.‘Ins blaue hinein’ kan de bezoeker daar uitkijkend over het land een gedicht lezen of zelf gaan schrijven. Het materiaal is voorhanden.

de eeuwige lente


Nog even, dan begint de zomer, astronomisch, officieel. In mijn dorp van jeugd, vlak bij huis, heette de bloemenwinkel ‘de eeuwige lente’. Misschien was die naam voor de winkel niet heel origineel maar ik vond het wonderlijk. Die lente hangt nu in een van de vitrines van ons atelier. Een kunstwerk van Jeannette Janssen met de titel La Primavera. Een verwijzing naar het schilderij van Botticelli. Het schilderij dat gaat over de liefde, de zinnelijke en de platonische, met meer dan vijfhonderd verschillende soorten bloemen, met rijk met bloemen gedecoreerde kleding van de godin van de lente Flora en met (bijna) naakt.
Jeannette heeft bloem- en plantachtige vormen geborduurd met hele kleine kraaltjes van glas. In het Engels heten ze ‘seed beads’, een benaming die zij goed vindt passen bij haar werk. Dat werk  is zeer arbeidsintensief en zeer kleur intens.
Eigenlijk is het een 3-dimensionaal bloemstilleven. Dat verband heeft met de 17e en 18e eeuwse bloemstillevens en de botanische kunst van die tijd. Die genres lijken ons nu te veel willen behagen; dat is verdacht en ook te braaf en te tuttig. Maar voor mij is het meditatief, een weerslag van geconcentreerde aandacht. Van keihard kijken naar bloemen en planten. Naar groente en fruit en het ervaren van de zinnelijkheid daarvan. Zoals La Primavera van Janssen.

Obama in het Rijks

Voor het Rijksmuseum is 2019 Het Jaar van Rembrandt. Zoals ieder jaar eigenlijk. En voor ons trouwens ook. Voor een zomertentoonstelling kon iedereen “een eigengemaakt kunstwerk geïnspireerd op Rembrandt insturen”. Het museum ontving 8.390 inzendingen, waaronder die van vGtO maar die haalde de tweede ronde niet.
Daarbij kwam de vraag om een toelichting, aldus; Een ‘eigengemaakt’ borduurwerk ‘geïnspireerd op Rembrandt’. Zoals ooit schilderijen werden gekopieerd in tapisserie omdat dat waardevoller werd geacht is er in de moderne tijd de Nachtwacht in reproductie om thuis te borduren in kruissteek. Nog steeds waardevol, vooral voor de borduurster (m/v) die er veel tijd en concentratie in stopt. De kruisteek is de geborduurde pixel, het abstracte elementaire deeltje waar beelden van worden gemaakt. Het intrigeert ons.
En dan ( in 2014) komt de man met een machtig charisma, Obama naar het Rijks. Thé president is voor een nucleaire top in Nederland. Hij staat voor de machtige mannen van Amsterdam. Hij houdt van Rembrandt. En wij houden van Obama.