gebakken aarde

Bij het ter aarde bestellen, bij het begraven is er de zorg voor het graf maar dat is niet noodzakelijk, je kunt het ook verwaarlozen. Het is buitenshuis, buiten en dat is fijn. Je kunt het bezoeken maar ook dat hoeft niet. De tegenhanger van het begraven is het cremeren. Bij verbranding lijkt het er op dat je van het lijk af wil. Na de crematie kun je de overblijvende as verstrooien en dan is het weg. Maar men kiest er ook voor de as te bewaren, in urnen. En dan? Je kunt de urn bijzetten op een of andere ‘gedenk’ plek –begraafplaats nota bene- of je neemt hem mee naar huis. En dan?
Mijn vriendin Willemien is onder meer kleikunstenares. Zij maakt potten en – wat zij noemt – herinnervazen waarin  (een gedeelte van) de as kan worden  bewaard. Van keramiek, van gebakken klei,
van gebakken aarde.
Zij maakt objecten die decoratief en tegelijk betekenisvol zijn. Dat is mooi. Het zijn een soort vazen, vazen voor aan de wand- die ook nog eens behangen, versierd kunnen worden met dierbare spullen: ex-voto-achtig. De vaas /urn trekt ook zonder dat, zonder bloemen de aandacht, is een object van aandacht.

na, so was

Mijn ‘seventies’paraplu kwam min of meer toevallig voor het ‘seventies’kunstwerk te liggen.
De paraplu heb ik paar jaar geleden meegenomen uit de paraplubak van Museum Schloss Moyland. Gestolen, waarvoor ik me schaam. Ik zie een nette oudere Duitse dame voor me, die al die tijd zuinig is geweest op haar kleinood, bij de ontdekking dat haar ding verdwenen is zachtjes met haar hoofd schudden en zeggen: “Na, so was.” De paraplu heeft een streepjes-dessin met kleuren die toen in de mode waren. Het kunstwerk met de streepjes is gemaakt door de Arnhemse kunstenaar Geert Jan Buitenhuis (1945-1993) en is van 1976. Ik kocht het samen met twee soortgelijke zeefdrukken op de veiling van BKR werken van de gemeente Arnhem. Samen voor iets meer dan € 20, zegge: twintig euro! Ik weet niet goed wat de drukken zeggen over de tijd waarin ze gemaakt zijn maar ze ‘kunnen nog’, ze zijn niet ‘gedateerd’. Geert Jan Buitenhuis is niet oud geworden. Misschien is hij als kunstenaar vergeten en ook zijn werk. Ik weet niet of dat erg is, gewoon omdat het zo gaat, omdat er zo ontzettend veel kunst is gemaakt en niet alles de aandacht kan krijgen. Ik zie het dan ook als puur geluk dat ik drie Buitenhuizen heb.

KEMAkeur

Vorig jaar in de zomer maakten wij 7 kijkkasten voor een kunst-cultuurhistorisch festival in Oosterbeek. En voor ‘DE HES OPEN’ (23 en 24 sept) de opening van het onderkomen van de stichting Scarabee in Oosterbeek op het voormalige terrein van de KEMA hebben we de kastjes opnieuw ingericht. Met als thema transformatie; KEMA testte vroeger en nu nog steeds (grote) transformatoren.
Wederom is, met bijna kinderlijk plezier en middelen, de transformatie van het KEMA-complex verbeeld. In het verleden, heden én de toekomst. Een kast heeft dan ook de titel: Welcome to the muppet labs, where the future is being made today.

familiefoto’s

Matrassen op straat, al meer dan 15 jaar fotografeer ik ze. In het begin was het plompe beeld van de bonte tijk op het trottoir dat me even opschudde. Maar in de tijd zijn de ‘ouderwetse’ patronen verdwenen en wordt er een nieuwe generatie gedumpt. Op de effen of zachte patronen zie je de slijtplekken en de vlekken beter. De tekening van het slapen, van het leven in of op bed. Door de manier waarop ze op straat zijn gekwakt, staand, schuin, gevouwen of gebogen lijken ze te bewegen en wordt de foto toch een foto van een gebeurtenis.
Voor Wijken-voor-Kunst (24 sept.), een kunstroute in de wijk Klarendal vroeg Lieke Starmans mij iets met de foto’s te doen, te laten zien in de huiskamer die zij wilde inrichten buiten bij de afvalcontainers waar vaak matrassen worden gedumpt. Zo ontstond het idee om een getekende wand te maken met een enorm wandmeubel. Zo’n kast waar heel vaak heel veel portetten van familie worden geplaatst. Op de wand zijn de matrasfoto’s nu de portretten van de familie.
En er was ook muziek, Nina van der Leest speelde gitaar en zong.

waarheid als een koe


Mijn vriendin Willemien woont aan de rand van park Sonsbeek. Vanaf haar balkon kun je de koeien zien grazen in de wei. Ze poseren als voor een groepsportret van Paulus Potter. Over Potter, de 17e eeuwse beestenschilder zegt de Wikipedia: “De verheerlijking van het vee kwam alleen in Holland voor.”
Bij de groep koeien in het park zijn er altijd een paar Lakenvelders. Lakenvelders zijn opvallend vormgegeven en daarbij denk ik dan altijd aan het werk van kunstenaar Henk Peeters, die de huid van zo’n koe op een raam spande en tentoonstelde. Tentoonstelde als kunst, abstract en concreet tegelijk.

Als medeoprichter van de nul-beweging zegt hij later: “Ik moet zeggen, dat ik nu liever de krant lees dan het Museumjournaal. Toch wel. Het werkelijke leven is toch veel interessanter dan de kunst. Nul is daar mee begonnen. De conclusie is dan dat je er ook mee ophoudt. Misschien ben ik binnen Nul de meest consequente realist geweest. Dat voor mij kunst en leven uiteindelijk echt samenvielen. En dan vraag je je af: wat moet je dan nog maken? Dan is het er toch allemaal?”

Dat is heel dapper van hem en misschien ook waarheid, maar voor mij maakt de koe de kunst niet overbodig. En zeker niet de kunst van Henk Peeters.

meer moet dat niet zijn


Kunstenaar /vriend René Brouns maakt dagtekeningen, die hij per e-mail verstuurt naar vaste adressen. (Dat doet hij sinds 2012, bovenstaande is dagtekening 289. Op zijn blog staan ze allemaal.) Het zijn observaties, bespiegelingen, commentaren in beeld, bijna altijd met een paar woorden. Ze zijn collageachtig, soms tekeningen bij knipsels, met pen of penseel. De stijl lijkt onbeholpen maar is eerder onbekommerd en heel vaak trefzeker. Wanneer je veel van zijn tekeningen goed bekijkt zie je de beheersing, het vakmanschap. Een beetje zoals de schilderingen van Marlene Dumas waar het vlekkerige ook weinig toevallig is.
René toont zijn werk graag aan het publiek zonder omwegen, of meer nog; geeft zijn werk aan het publiek. Voor de rest wil hij als kunstenaar vooral met rust worden gelaten; gewoon schilderen, tekenen en muziek maken. Meer moet dat niet zijn. Het is in deze tijd bijna niet vol te houden maar wel bewonderingswaardig.

harmlos


Kunstenaar/vriend Arno Arts bouwt al langer en vaker voor zomer-buiten-beelden tentoonstellingen een soort van mini-huisjes. Vaak zijn de huisjes voor minder dan één persoon; ze zijn ontoegankelijk, alleen om te beschouwen. En hoewel ze archetypisch zijn van vorm ondergraven ze dat archetype, ons ‘idee’ van het huis. Het worden modelhuisjes, levensgroot maar toch modellen. Niet echt maar kunst. Het kleine, verkleinde, heeft bijna altijd iets wat zich het best laat omschrijven met het Duitse harmlos – iets wat ongevaarlijk, onschadelijk, onbedorven en of onschuldig is. Misschien is dat het wat het zo innemend maakt.
En dan maakt Arno Arts ook nog eens bij wijze van schetsontwerp schaalmodellen van zijn minihuisjes. En zo vond vGtO op een rommelmarkt een modelhuisje dat was geborduurd. Het lijkt bijna door hem gemaakt in elk geval voor hem, voor zijn verjaardag.

dicht op de huid


In maart werkte vGtO in een kunstzinnig-educatief project Factor 80*10*60*. Een project op initiatief van Cultuurmij Oost om ouderen (70plus) en jongeren (11-12) met elkaar te verbinden, te laten samenwerken door en met kunstenaars. Ons idee was om iets te doen waar beide groepen vertrouwd mee zijn; kleding. Dat wat letterlijk ‘dicht op de huid’ zit en waarmee identiteit kan worden uitgedrukt. Tweedehands kleding, accessoires zoals riemen tassen schoenen e.d maar ook andere materialen en dingen worden ingezet voor onderzoek, deconstructie en creatie van kleding en mode. Zo plukte iemand een knuffelbeest leeg en zette het ding op zijn hoofd. De foto daarvan deed me denken aan een foto in mijn geschiedenisboek op mijn middelbare school. Van een beeld van keizer Marcus Aurelius als Hercules, de held die met zijn handen een leeuw bevocht en de ondoordringbare huid van het beest als harnas gebruikte.
Een (oer)mythe die opnieuw verteld wordt door een jongen -die Troy heet- in het dorp Angeren.

voorzetsels


Kunstenaar /vriendin  Lieke Göbbels is door ziekte aan huis gekluisterd en maakt haar kunst thuis aan de eettafel. Haar werk en huishouden zijn door elkaar gerommeld. De kunst is nauwelijks van – wat heet- het leven te onderscheiden. Kunstenaars wordt vaak gevraagd; “Kun je van je kunst leven?”. Waarop een gevatte kunstenaar antwoordde; “Ik leef niet ván mijn maar vóór mijn kunst”. Een beetje pathetisch is dat wel, voor Lieke Göbbels gelden andere voorzetsels : bij, binnen, door, in, met, naar, om, onder, op, tot, tussen en uit de kunst.

autobiografische winterjas

Het is winter en vGtO-Terry draagt haar zelfgemaakte jas met daarop geborduurd haar naamheilige Theresia en vogels van park en bos. De vogels die zij tegenkomt bij het uitlaten van Lola, haar hond. Lola is verzot op tennisballen die zij met regelmaat kwijtraakt maar andere ook weer terugvindt, vandaar de Heilige Antonius in kruissteek.