geheim

Ik heb een soort van plaatjesarchief. Hoofdzakelijk uit de krant knip of snijd ik foto’s, plaatjes. Om het overzichtelijk te houden doe ik dat sinds een paar jaar steeds op hetzelfde (A5) formaat. Ik perforeer het blad, plak rondjes om de gaatjes en doe ze in een klappertje. Het zijn plaatjes die me op de een of andere manier fascineren. Ik maak me niet druk over het wat en het hoezo. Clichématig zou ik kunnen zeggen dat het plaatje me inspireert – mij inblaast – maar ik kan niet benoemen hoe dat werkt. Het is, wordt nooit concreet en is echt als lucht. Heel vaak vind ik de achterkant van plaatje óók heel boeiend. Toeval? Een (mini) monografie van herman de vries heet ;TOEVAL BESTAAT WEL! Dat neem ik gemakshalve even aan omdat zijn kunst dat lijkt te tonen. Al blijft het vreemd dat hij dat toeval kiest en ordent. Of is dat juist een essentie van kunst? Toeval kent een (natuur)wetenschappelijke en een niet-wetenschappelijke benadering, in beide gevallen blijft het, filosofisch gezien, een lastig fenomeen.
Het toeval van de achterkant van mijn knipsels maakt dat ik zie waar ik eerder overheen keek. Misschien door een vooringenomenheid, dat ik het niet eerder zag. En nu blijft mijn oog er aan haken. Het verschijnsel van de toevallige boeiende achterkant is eigenlijk geheim. En doordat ik het steeds vergeet blijft het dat ook. Zo is het steeds weer een openbaring, een kleine openbaring.

door de molen

Op ons atelier staat nog de kaartenmolen van Arno, Arno Arts, met nog te versturen kaarten. Als veelzijdig kunstenaar was hij ook ‘into mail art’. Hij ontving, verzamelde en verstuurde veel ansichten. Dat versturen deed hij vaak zonder aanleiding van een verjaardag of zo, naar vrienden of bekenden. Eigenlijk naar iedereen.

In het molentje staan van alles-en-nog-wat-kaarten min of meer toevallig en of willekeurig geplaatst.
Zo lijkt het. Want mijn brein gaat associëren, verbanden leggen. Door de molen wordt een beeldverhaal gemaakt. Er lijkt een verhaal in te komen, mijn verhaal of dat van Arno. Niet helemaal duidelijk maar wel wonderlijk.

snijwerk



Ernie Bossmann verzamelt houten beeldjes. Meestal beeldjes van dieren die zij dan allemaal in de kleur van loodmenie verft. Die oranje verf die het hout tegen rot moest beschermen is nu verboden. Het zijn de beeldjes die iedereen wel kent, die achteloos onze interieurs vullen. Soms aandoenlijk soms mooi gesneden maar toch ergens tussen huisvlijt en -wat nu heet- woonaccessoires in. Een soort onschuldige verwording  van afgodsbeelden, van wilde, exotische dieren en heiligen.
Ik begrijp haar neiging, en ook omdat we bevriend zijn scoor ik af en toe voor haar een beeldje in een tweedehandswinkel of -markt. Zo ook een neushoorn. Ik herinner me nu dat in mijn ouderlijk huis een rij tropisch houten olifanten stond, met hun slurf in een krul omhoog en met ivoren slagtanden en nagels. Van groot naar klein. Sommige nagels waren losgeraakt en weg. Mijn ouders zijn er niet meer en niemand weet waar ze zijn gebleven, de olifanten.
Ernie presenteert  haar beelden – tijdens tentoonstellingen en acties –  ook op een rij, in een vrolijke optocht. Niet al te veel beduidend, lekker licht, luchtig lijkt het. Maar dat snijdt vaak meer hout dan dat wat betekenisvol en zwaar lijkt. Het snijdt, je snijdt vrolijk nietsvermoedend in je eigen vlees.

Foto’s Ernie Bossmann

wereldberoemd in Arnhem

vGtO heeft de schoenen van Audry Hepburn, de schoenen die zij droeg in de (oorlogs)jaren in Arnhem.
En daar moeten wij iets mee.
Audry Hepburn is de enige wereldberoemdheid die Arnhem heeft, (wetenschapper Lorentz en kunstenaar Escher even vergeten). Althans die de stad claimt als Arnhems omdat de jonge Audry van vlak voor de WOII tot aan het einde ervan in Arnhem heeft gewoond. Tijdens de evacuatie ook nog even in Velp zelfs.
Zij werd een filmster en wordt een stijlicoon genoemd. Hoe dan ook, zij was  onnoemlijk mooi, wonderschoon 2-dimensionaal vastgelegd op foto en film. Daar kan geen 3-dimensionaal beeld tegenop. Toch heeft Arnhem geprobeerd haar verschijning zo, op die manier, levend te moeten houden. Op het burgemeestersplein staat een bronzen buste van haar, gemaakt door Kees Verkade. Een zwarte kop zonder uitdrukking van niemand in het bijzonder, met twee nog zwartere gaten als ogen.
Een grap gehoord van werklui die tentoonstellingen afbreken gaat van: “…is dit kunst of kan het weg?”.
Ik zou het hier bijna zeggen.

giroblauwe lucht


Arnhem heeft een brutaal gebouw. Minstens één brutaal gebouw, dat van de Postcheque en Girodienst, de Postgiro, de Postbank, de ING bank aan de Velperweg. Volgens de definitie kan het gebouw niet echt tot de architectuurstijl van het Brutalisme worden gerekend maar het architectenbureau van de betonbouw Van den Broek en Bakema bouwde wel enkele monsters, behemoths in Nederland. Zo worden gebouwen van het Brutalisme genoemd in een artikel van Bernard Hulsman. En hij schrijft; Ook de megalomanie die bijvoorbeeld Le Corbusier als stedenbouwer eigen was, was Bakema niet vreemd.
Vanaf dat het Postgiro is gaan heten tot aan de ING is blauw de bedrijfskleur, de kleur van de marketing; giroblauw (past bij jou). Dat is een vrij hard en koud blauw. Toch kijk ik al lang verwonderd naar de kleur van de zonwering. Het blauw heeft juist veel nuances. Die veranderen bij de lichtval en bij je standpunt.  Maar ook doordat, nu de kolos wordt gestript en verbouwd, de zonwering er gehavend bij hangt. Het geeft het gebouw -nog even- iets lucht. Iets luchtigs.

portretten in Velp

Op de opening bij ‘Nieuwe Ruimte in de oude bibliotheek van Velp. De ruimte is een platte kale doos met een laag systeemplafond in een nieuwbouw winkelcentrum. Nieuwbouw uit de jaren 70, wat ik nog steeds nieuwbouw blijf noemen. De tentoonstelling ‘het portret’ is een groeps, met veel deelnemers (45) en er was veel publiek die zondag (19-8). De aandacht richt zich dan eenvoudiger op de mensen, om er naar te kijken en te luisteren. Willemien hoorde: -“Bent u ook kunstenaar? – Ja, maar ik hang hier niet”.

circus van de vrijheid

Foto’s Rob Herstel ©

Dit is eigenlijk gewoon kunst, dacht ik. Of beter; dit is kunst, toen ik drie jongens zag die met behulp van een wip de lucht in werden geschoten en zag zweven. Aan het begin van de zomer ging ik naar het Cirque de la Liberté op wat heet ‘de stadsblokken’ in Arnhem. Ik hou niet van circus.
De voorstelling heette Bloes en was babyroze en babyblauw van kleur. Een aaneenschakeling – met een licht thema – van kolderiek, slapstick, muziek en acrobatiek. En dat op een droomlocatie, een overwoekerde industriehaven aan de overkant van Rijn. Het Cirque is totaaltheater dat je helemaal inpakt. Bij het zien van de act van de jongens zag ik de doelloze combinatie van durf en lichaamsbeheersing.  En ervoer ik levensgevaar, zinloosheid en bovenal vrijheid.

hondsdagen


Het is knetterheet, ik doe een ijsklontje in mijn koffie en blijf binnen. Ik ga door mijn boeken, mijn boekenkasten. Veel kunstboeken, catalogi die ik nooit meer inkijk, hooguit snel doorblader als een flipboek. Flippen. Toen ik 30 jaar geleden afstudeerde had een catalogus een soort van trots. Maar het werd inflatoir; de kosten van de fotografie, de lithografie en het drukwerk werden lager en dus werd er meer gedrukt. Net als met de geldontwaarding: nog meer geld drukken. Het opruimen maakt me een beetje triest. Het bewaren is net zo zinloos geworden als het weggooien. De (beeldende) kunst die zich vastlegt in boeken, die wil overleven in boeken: het is vaak alleen maar ijdelheid. IJdeltuiterij zou Komrij zeggen. Turkentassen vol breng ik naar de papiercontainer om de hoek. De boeken waar ik in sta, ik bedoel mijn/ons werk in staat, bewaar ik nog even.