fine Arts forever


Op 3 april – de dinsdag na Pasen – is Arno Arts dood gegaan.
Hij was de man van vGtO-Terry en een wereldberoemd kunstenaar. En niet alleen in Arnhem.

Twintig jaar geleden vierde hij zijn vijftigste verjaardag.
Groot, groots in de grote zaal van de Jacobiberg. Een feest van honderden mensen was moeilijk te bekostigen voor Arno, daarom verzonnen Terry en ik een list. We bedrukten honderd T-shirts die we tijdens het feest verkochten. De opbrengst was voor het goede doel; Arno Arts Zonder Grenzen.
Hoewel sommige mensen op het feest beweerden dat zij reeds geld hadden gegeven aan Artsen Zonder Grenzen was de actie toch geslaagd. En de opbrengst welkom.
Later maakte ik een borduurwerk van het logo voor Arno. Zo kon hij het als een badge op een kledingstuk naaien. Maar daar was hij niet blij mee, zo vertelde hij mij eerlijk. De woordgrap die verwees naar het beroep Arts als doctor in de medicijnen kon hij niet waarderen. Zijn imago en werk met zijn naam verwijzend naar The Arts, de Kunst mocht niet aangetast worden. Akkoord.
Maar toch, voor Terry en mij verwijst het Arno Arts zonder Grenzen veel meer naar Arno als persoon. Naar een man wiens geestdrift, ideeën, werklust, en energie werkelijk oneindig zijn.
Zijn werk komt voort uit een grenzeloos enthousiasme. Maar het werk gaat nooit óver de grens. Daarvoor is het, daarvoor is Arno te liefdevol. Wás Arno te liefdevol.

Ik heb een vraag over “Zonder titel”(Allard Budding)


Een vriend van een vriend, kunstenaar Allard Budding is dood. Ik kende hem vaag. Een intrigerend persoon met dito werk. Hard edge abstracte schilderijen met icoon-achtige elementen, wetenschappelijk aandoende schema’s, met even zo makkelijk afbeeldingen van mensen, dieren en dingen. Droog geschilderd in een soort van vrolijke kleuren.
Er bestaat een filmpje op het www waarin een tandarts die zijn werk aan het plafond van zijn praktijk heeft hangen zegt; “Maar ze vragen zich altijd af wat het betekent en dan moet ik het antwoord ook schuldig blijven.” Uit een stukje in het NRC van Janneke Wesseling klinkt ook zoiets. En ook ik weet het niet. Het intrigeert me dat ik het niet kan ontdekken. Of om te ontdekken dat het niet meer betekent dan wat het is, dan wat je ziet. Dat werkt bevrijdend. Vaak. Maar eerlijk gezegd, soms gaapt het terug als de verschrikkelijke leegte.
Op zoek naar afbeeldingen van zijn werk kom ik op de site van de Kunstuitleen Rotterdam, daar staat bij zijn werk een ‘clickable’ tekst : Ik heb een vraag over “Zonder titel”(Allard Budding).
Allard gaf geen antwoord, sprak nooit over zijn werk. Dat is ontzettend stoer, want het helpt je niet echt wanneer je als kunstenaar geen toelichting geeft, als je geen theorie hebt, althans deze niet kenbaar maakt. Hij zweeg en hield dat vol. Nu hij er niet meer is zal dat altijd zo blijven. Heel triest dat hij er niet meer is en toch dat het zwijgen blijft is dan weer mooi.

lichtgolven


Vriend/kunstenaar Ad van Hoof is niet meer. Ad overleed 16 november niet heel lang nadat bij hem de ziekte A.L.S. was vastgesteld. De laatste jaren – na zijn pensionering- had hij meer tijd om naar het atelier te gaan. En dat wakkerde zijn gedrevenheid alleen nog maar meer aan. Hij ontdekte het – zoals hij het zelf noemde – reliëfschilderij. Het leek of hij daarmee zijn stiel en stijl gevonden had. Hij was fanatieker en productiever dan ooit. Zijn schilderijen worden ruimtelijke panelen met golvende vormen en hij geeft ze één kleur. De hol, bolle, gebogen vormen maken dat zich soms scherpe maar vooral zachte kleurnuances aftekenen. Die nuances worden bepaald door het licht, de lichtval. Door het strijken van het licht over de vorm. Ad heeft er geen invloed meer op.
Heeft zijn vroegere werk misschien nog een intellectualistische ondertoon die zich verhoudt tot de (post)modernistische kunsttheorie, in het laatste werk lijkt dat niet belangrijk meer. Zijn reliëf panelen zouden kunnen passen in de theorie van het Minimalisme maar het lijkt niet belangrijk. Niet voor Ad, niet voor de toeschouwer. Althans niet voor mij. Misschien gaan ze nergens anders over dan over vorm en kleur. Of eigenlijk alleen nog maar over het strijklicht op de golven. En het is heerlijk om op de lichtgolven te deinen.
 Zonder titel; 2013; 86 x 156 x 11 cm; Latten, MDF, katoen, acrylverf, vliegertouw

gebakken aarde

Bij het ter aarde bestellen, bij het begraven is er de zorg voor het graf maar dat is niet noodzakelijk, je kunt het ook verwaarlozen. Het is buitenshuis, buiten en dat is fijn. Je kunt het bezoeken maar ook dat hoeft niet. De tegenhanger van het begraven is het cremeren. Bij verbranding lijkt het er op dat je van het lijk af wil. Na de crematie kun je de overblijvende as verstrooien en dan is het weg. Maar men kiest er ook voor de as te bewaren, in urnen. En dan? Je kunt de urn bijzetten op een of andere ‘gedenk’ plek –begraafplaats nota bene- of je neemt hem mee naar huis. En dan?
Mijn vriendin Willemien is onder meer kleikunstenares. Zij maakt potten en – wat zij noemt – herinnervazen waarin  (een gedeelte van) de as kan worden  bewaard. Van keramiek, van gebakken klei,
van gebakken aarde.
Zij maakt objecten die decoratief en tegelijk betekenisvol zijn. Dat is mooi. Het zijn een soort vazen, vazen voor aan de wand- die ook nog eens behangen, versierd kunnen worden met dierbare spullen: ex-voto-achtig. De vaas /urn trekt ook zonder dat, zonder bloemen de aandacht, is een object van aandacht.

na, so was

Mijn ‘seventies’paraplu kwam min of meer toevallig voor het ‘seventies’kunstwerk te liggen.
De paraplu heb ik paar jaar geleden meegenomen uit de paraplubak van Museum Schloss Moyland. Gestolen, waarvoor ik me schaam. Ik zie een nette oudere Duitse dame voor me, die al die tijd zuinig is geweest op haar kleinood, bij de ontdekking dat haar ding verdwenen is zachtjes met haar hoofd schudden en zeggen: “Na, so was.” De paraplu heeft een streepjes-dessin met kleuren die toen in de mode waren. Het kunstwerk met de streepjes is gemaakt door de Arnhemse kunstenaar Geert Jan Buitenhuis (1945-1993) en is van 1976. Ik kocht het samen met twee soortgelijke zeefdrukken op de veiling van BKR werken van de gemeente Arnhem. Samen voor iets meer dan € 20, zegge: twintig euro! Ik weet niet goed wat de drukken zeggen over de tijd waarin ze gemaakt zijn maar ze ‘kunnen nog’, ze zijn niet ‘gedateerd’. Geert Jan Buitenhuis is niet oud geworden. Misschien is hij als kunstenaar vergeten en ook zijn werk. Ik weet niet of dat erg is, gewoon omdat het zo gaat, omdat er zo ontzettend veel kunst is gemaakt en niet alles de aandacht kan krijgen. Ik zie het dan ook als puur geluk dat ik drie Buitenhuizen heb.

KEMAkeur

Vorig jaar in de zomer maakten wij 7 kijkkasten voor een kunst-cultuurhistorisch festival in Oosterbeek. En voor ‘DE HES OPEN’ (23 en 24 sept) de opening van het onderkomen van de stichting Scarabee in Oosterbeek op het voormalige terrein van de KEMA hebben we de kastjes opnieuw ingericht. Met als thema transformatie; KEMA testte vroeger en nu nog steeds (grote) transformatoren.
Wederom is, met bijna kinderlijk plezier en middelen, de transformatie van het KEMA-complex verbeeld. In het verleden, heden én de toekomst. Een kast heeft dan ook de titel: Welcome to the muppet labs, where the future is being made today.

familiefoto’s

Matrassen op straat, al meer dan 15 jaar fotografeer ik ze. In het begin was het plompe beeld van de bonte tijk op het trottoir dat me even opschudde. Maar in de tijd zijn de ‘ouderwetse’ patronen verdwenen en wordt er een nieuwe generatie gedumpt. Op de effen of zachte patronen zie je de slijtplekken en de vlekken beter. De tekening van het slapen, van het leven in of op bed. Door de manier waarop ze op straat zijn gekwakt, staand, schuin, gevouwen of gebogen lijken ze te bewegen en wordt de foto toch een foto van een gebeurtenis.
Voor Wijken-voor-Kunst (24 sept.), een kunstroute in de wijk Klarendal vroeg Lieke Starmans mij iets met de foto’s te doen, te laten zien in de huiskamer die zij wilde inrichten buiten bij de afvalcontainers waar vaak matrassen worden gedumpt. Zo ontstond het idee om een getekende wand te maken met een enorm wandmeubel. Zo’n kast waar heel vaak heel veel portetten van familie worden geplaatst. Op de wand zijn de matrasfoto’s nu de portretten van de familie.
En er was ook muziek, Nina van der Leest speelde gitaar en zong.

waarheid als een koe


Mijn vriendin Willemien woont aan de rand van park Sonsbeek. Vanaf haar balkon kun je de koeien zien grazen in de wei. Ze poseren als voor een groepsportret van Paulus Potter. Over Potter, de 17e eeuwse beestenschilder zegt de Wikipedia: “De verheerlijking van het vee kwam alleen in Holland voor.”
Bij de groep koeien in het park zijn er altijd een paar Lakenvelders. Lakenvelders zijn opvallend vormgegeven en daarbij denk ik dan altijd aan het werk van kunstenaar Henk Peeters, die de huid van zo’n koe op een raam spande en tentoonstelde. Tentoonstelde als kunst, abstract en concreet tegelijk.

Als medeoprichter van de nul-beweging zegt hij later: “Ik moet zeggen, dat ik nu liever de krant lees dan het Museumjournaal. Toch wel. Het werkelijke leven is toch veel interessanter dan de kunst. Nul is daar mee begonnen. De conclusie is dan dat je er ook mee ophoudt. Misschien ben ik binnen Nul de meest consequente realist geweest. Dat voor mij kunst en leven uiteindelijk echt samenvielen. En dan vraag je je af: wat moet je dan nog maken? Dan is het er toch allemaal?”

Dat is heel dapper van hem en misschien ook waarheid, maar voor mij maakt de koe de kunst niet overbodig. En zeker niet de kunst van Henk Peeters.

meer moet dat niet zijn


Kunstenaar /vriend René Brouns maakt dagtekeningen, die hij per e-mail verstuurt naar vaste adressen. (Dat doet hij sinds 2012, bovenstaande is dagtekening 289. Op zijn blog staan ze allemaal.) Het zijn observaties, bespiegelingen, commentaren in beeld, bijna altijd met een paar woorden. Ze zijn collageachtig, soms tekeningen bij knipsels, met pen of penseel. De stijl lijkt onbeholpen maar is eerder onbekommerd en heel vaak trefzeker. Wanneer je veel van zijn tekeningen goed bekijkt zie je de beheersing, het vakmanschap. Een beetje zoals de schilderingen van Marlene Dumas waar het vlekkerige ook weinig toevallig is.
René toont zijn werk graag aan het publiek zonder omwegen, of meer nog; geeft zijn werk aan het publiek. Voor de rest wil hij als kunstenaar vooral met rust worden gelaten; gewoon schilderen, tekenen en muziek maken. Meer moet dat niet zijn. Het is in deze tijd bijna niet vol te houden maar wel bewonderingswaardig.

Pagina 1 van 3123