ins blaue hinein (toren voor één persoon)

foto Pat van Boeckel

‘Dichter op het land’ is de titel van het landart- en poëzieproject op het voormalig eiland Schokland: een beeldenroute die onderdeel uitmaakt van het cultureel festival ‘Zomer op Schokland’. De route is 6 km lang en komt langs 20 beelden. Bij elk kunstwerk vind je een kaart met foto en gedicht. Lopend verzamel je zo een dichtbundel. Het idee is dat de kunstwerken en de gedichten -met betrekking op het landschap, de verhalen van Schokland of anderszins- je dichter op het land brengen.

Lopend of fietsend door Arnhem, langs de laat 19e eeuwse in eclectische stijl gebouwde herenhuizen. Dan kun je je voorstellen dat de erkertjes, de torentjes die hooguit ruimte bieden voor één persoon, een ideale plek zijn om gedichten te schrijven, te lezen.
Voor Schokland hebben we zo’n toren voor één persoon gebouwd van het hemelsblauwe schuim, styrofoam. Het (zeer) Laat-Romantisch gebouwtje, ergens een beetje verscholen, dissoneert lichtelijk in het toch wat sobere Schokland. Het gebouw is superlicht, zweeft als het ware boven de grond, en is via een scheidsrechterstoel te bereiken.‘Ins blaue hinein’ kan de bezoeker daar uitkijkend over het land een gedicht lezen of zelf gaan schrijven. Het materiaal is voorhanden.

de eeuwige lente


Nog even, dan begint de zomer, astronomisch, officieel. In mijn dorp van jeugd, vlak bij huis, heette de bloemenwinkel ‘de eeuwige lente’. Misschien was die naam voor de winkel niet heel origineel maar ik vond het wonderlijk. Die lente hangt nu in een van de vitrines van ons atelier. Een kunstwerk van Jeannette Janssen met de titel La Primavera. Een verwijzing naar het schilderij van Botticelli. Het schilderij dat gaat over de liefde, de zinnelijke en de platonische, met meer dan vijfhonderd verschillende soorten bloemen, met rijk met bloemen gedecoreerde kleding van de godin van de lente Flora en met (bijna) naakt.
Jeannette heeft bloem- en plantachtige vormen geborduurd met hele kleine kraaltjes van glas. In het Engels heten ze ‘seed beads’, een benaming die zij goed vindt passen bij haar werk. Dat werk  is zeer arbeidsintensief en zeer kleur intens.
Eigenlijk is het een 3-dimensionaal bloemstilleven. Dat verband heeft met de 17e en 18e eeuwse bloemstillevens en de botanische kunst van die tijd. Die genres lijken ons nu te veel willen behagen; dat is verdacht en ook te braaf en te tuttig. Maar voor mij is het meditatief, een weerslag van geconcentreerde aandacht. Van keihard kijken naar bloemen en planten. Naar groente en fruit en het ervaren van de zinnelijkheid daarvan. Zoals La Primavera van Janssen.

Obama in het Rijks

Voor het Rijksmuseum is 2019 Het Jaar van Rembrandt. Zoals ieder jaar eigenlijk. En voor ons trouwens ook. Voor een zomertentoonstelling kon iedereen “een eigengemaakt kunstwerk geïnspireerd op Rembrandt insturen”. Het museum ontving 8.390 inzendingen, waaronder die van vGtO maar die haalde de tweede ronde niet.
Daarbij kwam de vraag om een toelichting, aldus; Een ‘eigengemaakt’ borduurwerk ‘geïnspireerd op Rembrandt’. Zoals ooit schilderijen werden gekopieerd in tapisserie omdat dat waardevoller werd geacht is er in de moderne tijd de Nachtwacht in reproductie om thuis te borduren in kruissteek. Nog steeds waardevol, vooral voor de borduurster (m/v) die er veel tijd en concentratie in stopt. De kruisteek is de geborduurde pixel, het abstracte elementaire deeltje waar beelden van worden gemaakt. Het intrigeert ons.
En dan ( in 2014) komt de man met een machtig charisma, Obama naar het Rijks. Thé president is voor een nucleaire top in Nederland. Hij staat voor de machtige mannen van Amsterdam. Hij houdt van Rembrandt. En wij houden van Obama.

geheim

Ik heb een soort van plaatjesarchief. Hoofdzakelijk uit de krant knip of snijd ik foto’s, plaatjes. Om het overzichtelijk te houden doe ik dat sinds een paar jaar steeds op hetzelfde (A5) formaat. Ik perforeer het blad, plak rondjes om de gaatjes en doe ze in een klappertje. Het zijn plaatjes die me op de een of andere manier fascineren. Ik maak me niet druk over het wat en het hoezo. Clichématig zou ik kunnen zeggen dat het plaatje me inspireert – mij inblaast – maar ik kan niet benoemen hoe dat werkt. Het is, wordt nooit concreet en is echt als lucht. Heel vaak vind ik de achterkant van plaatje óók heel boeiend. Toeval? Een (mini) monografie van herman de vries heet ;TOEVAL BESTAAT WEL! Dat neem ik gemakshalve even aan omdat zijn kunst dat lijkt te tonen. Al blijft het vreemd dat hij dat toeval kiest en ordent. Of is dat juist een essentie van kunst? Toeval kent een (natuur)wetenschappelijke en een niet-wetenschappelijke benadering, in beide gevallen blijft het, filosofisch gezien, een lastig fenomeen.
Het toeval van de achterkant van mijn knipsels maakt dat ik zie waar ik eerder overheen keek. Misschien door een vooringenomenheid, dat ik het niet eerder zag. En nu blijft mijn oog er aan haken. Het verschijnsel van de toevallige boeiende achterkant is eigenlijk geheim. En doordat ik het steeds vergeet blijft het dat ook. Zo is het steeds weer een openbaring, een kleine openbaring.

door de molen

Op ons atelier staat nog de kaartenmolen van Arno, Arno Arts, met nog te versturen kaarten. Als veelzijdig kunstenaar was hij ook ‘into mail art’. Hij ontving, verzamelde en verstuurde veel ansichten. Dat versturen deed hij vaak zonder aanleiding van een verjaardag of zo, naar vrienden of bekenden. Eigenlijk naar iedereen.

In het molentje staan van alles-en-nog-wat-kaarten min of meer toevallig en of willekeurig geplaatst.
Zo lijkt het. Want mijn brein gaat associëren, verbanden leggen. Door de molen wordt een beeldverhaal gemaakt. Er lijkt een verhaal in te komen, mijn verhaal of dat van Arno. Niet helemaal duidelijk maar wel wonderlijk.

snijwerk



Ernie Bossmann verzamelt houten beeldjes. Meestal beeldjes van dieren die zij dan allemaal in de kleur van loodmenie verft. Die oranje verf die het hout tegen rot moest beschermen is nu verboden. Het zijn de beeldjes die iedereen wel kent, die achteloos onze interieurs vullen. Soms aandoenlijk soms mooi gesneden maar toch ergens tussen huisvlijt en -wat nu heet- woonaccessoires in. Een soort onschuldige verwording  van afgodsbeelden, van wilde, exotische dieren en heiligen.
Ik begrijp haar neiging, en ook omdat we bevriend zijn scoor ik af en toe voor haar een beeldje in een tweedehandswinkel of -markt. Zo ook een neushoorn. Ik herinner me nu dat in mijn ouderlijk huis een rij tropisch houten olifanten stond, met hun slurf in een krul omhoog en met ivoren slagtanden en nagels. Van groot naar klein. Sommige nagels waren losgeraakt en weg. Mijn ouders zijn er niet meer en niemand weet waar ze zijn gebleven, de olifanten.
Ernie presenteert  haar beelden – tijdens tentoonstellingen en acties –  ook op een rij, in een vrolijke optocht. Niet al te veel beduidend, lekker licht, luchtig lijkt het. Maar dat snijdt vaak meer hout dan dat wat betekenisvol en zwaar lijkt. Het snijdt, je snijdt vrolijk nietsvermoedend in je eigen vlees.

Foto’s Ernie Bossmann

wereldberoemd in Arnhem

vGtO heeft de schoenen van Audry Hepburn, de schoenen die zij droeg in de (oorlogs)jaren in Arnhem.
En daar moeten wij iets mee.
Audry Hepburn is de enige wereldberoemdheid die Arnhem heeft, (wetenschapper Lorentz en kunstenaar Escher even vergeten). Althans die de stad claimt als Arnhems omdat de jonge Audry van vlak voor de WOII tot aan het einde ervan in Arnhem heeft gewoond. Tijdens de evacuatie ook nog even in Velp zelfs.
Zij werd een filmster en wordt een stijlicoon genoemd. Hoe dan ook, zij was  onnoemlijk mooi, wonderschoon 2-dimensionaal vastgelegd op foto en film. Daar kan geen 3-dimensionaal beeld tegenop. Toch heeft Arnhem geprobeerd haar verschijning zo, op die manier, levend te moeten houden. Op het burgemeestersplein staat een bronzen buste van haar, gemaakt door Kees Verkade. Een zwarte kop zonder uitdrukking van niemand in het bijzonder, met twee nog zwartere gaten als ogen.
Een grap gehoord van werklui die tentoonstellingen afbreken gaat van: “…is dit kunst of kan het weg?”.
Ik zou het hier bijna zeggen.

giroblauwe lucht


Arnhem heeft een brutaal gebouw. Minstens één brutaal gebouw, dat van de Postcheque en Girodienst, de Postgiro, de Postbank, de ING bank aan de Velperweg. Volgens de definitie kan het gebouw niet echt tot de architectuurstijl van het Brutalisme worden gerekend maar het architectenbureau van de betonbouw Van den Broek en Bakema bouwde wel enkele monsters, behemoths in Nederland. Zo worden gebouwen van het Brutalisme genoemd in een artikel van Bernard Hulsman. En hij schrijft; Ook de megalomanie die bijvoorbeeld Le Corbusier als stedenbouwer eigen was, was Bakema niet vreemd.
Vanaf dat het Postgiro is gaan heten tot aan de ING is blauw de bedrijfskleur, de kleur van de marketing; giroblauw (past bij jou). Dat is een vrij hard en koud blauw. Toch kijk ik al lang verwonderd naar de kleur van de zonwering. Het blauw heeft juist veel nuances. Die veranderen bij de lichtval en bij je standpunt.  Maar ook doordat, nu de kolos wordt gestript en verbouwd, de zonwering er gehavend bij hangt. Het geeft het gebouw -nog even- iets lucht. Iets luchtigs.