Sontagse ervaringen

In Barcelona las ik over fotografie. Om precies te zijn het boek ‘Over fotografie’ van Susan Sontag, een soort van vakantieboek. Want het lezen ging niet vlot. Het meer dan 40 jaar oude boek is nog steeds zinvol over wat fotografie is, wat het betekent. Confronterend ook: het zelf foto’s maken wordt fragwürdig, om even in de taal van ‘die Dichter und Denker’ te spreken.
Susan Sontag stelt: “Camera’s zijn de wereld gaan verdubbelen…” En naar mijn idee is die verdubbeling alleen maar toegenomen en veel meer letterlijk geworden. Zij is alomtegenwoordig, in de commercie, de reclame en de publieke ruimte.
Op verpakkingen van voedsel staan foto’s van dat voedsel, in ramen van restaurants en menukaarten staan de etenswaren gefotografeerd. Het wordt (me) te veel. Lang geleden zag ik een fotoprint van een enorme rookworst op een vrachtwagen en vond dat wel spannend; een worst die door het landschap rijdt. Maar nu is het (me) te veel. Mede door snelle en goedkope printtechnieken komen er meer en meer fotografisch beelden, overal. Net als wanneer de snelheid van de geldpers wordt opgevoerd zorgen ook de snellere printtechnieken voor een enorme inflatie. Om de lust – de kooplust, de eetlust – op te wekken moet het steeds groter, meer en gelikter.
Laatst zag ik in een tweedehandswinkel een kopje met een (keramische) fotoprint van een dennenappel er op. Mooi en vreemd, ik heb spijt dat ik er geen foto van heb gemaakt. De wereld wordt surrealistischer.
In ‘Melancholieke objecten’ schrijft Susan: “Dat fotografie de enige vorm van kunst is die van nature surrealistisch is …”. En lichtelijk cynisch over de ‘echte’ surrealistische kunstenaars: ”Ze hielden zich voorzichtig afzijdig van het aanvechtbare idee van het surrealisme om de grenzen te doen vervagen tussen de kunst en het zogenaamde leven, tussen objecten en gebeurtenissen, tussen het bewust gewilde en het onopzettelijke, tussen professionals en amateurs, tussen het edele en het prullerige, tussen vakmanschap en gelukkige blunders.” Verder: “Het hele fotografische avontuur is gegrondvest op surrealisme omdat het een duplicaatwereld schept, een tweederangswerkelijkheid, die beperkter, maar tegelijk dramatischer is dan degene die we met ons natuurlijk gezichtsvermogen waarnemen.”
In 2003 had kunstenaar Arno Arts een tentoonstelling in de kunstruimte BEAM in Nijmegen van schaal 1: 1 portretten van vrienden en bekenden. Het was een fantastische Sontagse ervaring om je tussen de platte mensen te begeven. Tijdens de opening van de expositie werd het nog surrealistischer. Dat heb ik dan weer verdubbeld door er een foto van te maken.

wees realistisch, vraag het onmogelijke

Vorig jaar november vond in Arnhem, bij Motel Spatie, het debat plaats; ‘Kunst in de openbare ruimte zoekt toekomst.’ In de BK-info van 2019-8 staat een verslag van de bijeenkomst waarin werd gesproken over de teloorgang van de kunst en de kunstenaar in de openbare ruimte. En hoe nu verder? Er waren veel betrokkenen uit alle richtingen waaronder kunstenaar Albert van der Weide.
Sinds ’86 (van de vorige eeuw) is zijn motto Alle Macht Aan De Kunst. Dat klinkt als muziek, als muziek in mijn oren. Maar net als met muziek weet je nooit helemaal het betekent. Albert is misschien een ’68-er ( van de vorige eeuw) een provocateur. In het Parijs van ‘de verbeelding aan de macht’ stond toen op een brug gekalkt; wees realistisch, vraag het onmogelijke. Wat zou Alle Macht Aan De Kunst betekenen als het zo zou zijn? Albert, realistisch genoeg, wetende dat macht corrumpeert, zegt in een artikel op Mister Motly:”Mij gaat het erom de invloed die kunst op een specifieke manier heeft of zou moeten hebben te voeden. Dat betreft een samenhangend pakket van persoonlijke, maatschappelijke en politieke invloed.” Zo moet dat zijn.
Vorig jaar borduurden wij voor zijn verjaardag het motto op een borduurwerk naar het schilderij van Vermeer de kantwerkster.

banketbakkersdroom

hoogte 32 cm

Zaterdag herlas ik een artikel met als subtitel; Kun je als kunstenaar invloed uitoefenen op wereld buiten de kunst? Een artikel over de Britse kunstenaar Mark Wallinger door Hans den Hartog Jager ( NRC, donderdag 27 oktober 2011). Ja, denk ik dan. Of nee, de vraag is niet scherp genoeg gesteld. De vraag zou beter zijn; wát is de invloed van de kunstenaar ,van de kunst op de wereld buiten de kunst.
Allebei de vragen zijn niet eenvoudig te beantwoorden. In het artikel wordt gesteld dat Mark Wallinger juist de twijfel over invloed van kunst aan de orde stelt en de kunstenaar presenteert als een Don Quichot, een nar die gelijk heeft maar geen macht.
Later die middag bezocht ik de verkooptentoonstelling van de kleiclub. Dat is de geuzennaam van een los collectief van Arnhemse kunstenaars die wekelijks een middag of avond ‘kleien’ in de keramiekwerkplaats van Peter Krijnen. Ik kocht een vaas van Wilfried Nijhof. Daar hoefde ik niet over na te denken; het object van Wilfried slaat nergens op. Het is te grotesk om decoratief te noemen. Okay, het is een gebruiksvoorwerp, maar een vaas met een deksel? Het is in zekere zin absurd; een vleesgeworden banketbakkersdroom. En ja, kunnen dromen de wereld veranderen?

bokaal van de straat

afm.: 29 x 29 x 36 cm. Gewicht 12 kg.
asfalt, met ruwe edelstenen, cilinder uit baksteen(muur), goudstroom en kelk van keramiek met geslepen edelstenen.

Maandag werd de Gelderse Bokaal uitgereikt, een tweejaarlijkse cultuurprijs van het Prins Bernard Cultuurfonds Gelderland.
De prijs is telkens voor een andere discipline, voor 2019 was die Urban Arts, en vGtO was gevraagd de bokaal te maken.
Urban Arts, dat is de kunst van de straat, van de asfaltjungle. Die is hard en ruw. De kunstenaars komen niet van academies maar zijn ‘so to speak’ streetwise, net als het publiek, zij stuwen elkaar op. Zo is daar rapper Dani,(Apeldoorn) die door de rap zich aan zijn haren uit het moeras trekt, het moeras van zijn moeilijke jeugd. En dat wil hij delen, doorgeven aan anderen, vrucht laten dragen. Hij is daarin ondernemend, richt een label op, een soort van school en noemt dat project Passievrucht.
Het asfalt, het stenige en de passievrucht zijn de elementen voor ons ontwerp. Wanneer je een (rijpe) passievrucht opensnijdt stroomt daar een wonderlijk goedje uit, een zaad-houdend goedje. Dat verbeelden wij: de opengesneden vrucht is de kelk waaruit het goud stroomt, terugvloeit naar de straat. Maar Urban Art is niet alleen ruw, het is ook bling bling, het wil ook pimpen. En dat moet een prijsbokaal ook doen; schitteren, hij moet schitterend zijn.

wild verlangen

(…)De recent opgegraven beek is een mooi voorbeeld hoe de natuur in een wild verlangen naar ruisend water en gezonde insecten, de gecultiveerde wereld weer wordt binnengehaald. Hiermee is de Jansbeek het perfecte achtergronddecor voor deze editie van de Biënnale Gelderland.(…)
Dit schrijft curator Inge Pollet in de brochure bij de tentoonstelling die nu bijna afloopt.
Hhumm: een wild verlangen naar ruisend water. Misschien ook historiserende identiteitspolitiek dan wel citymarketing? Vorige week zaterdag was er een actie van kunstenaar Rob Sweere onder aan de Rijnkade, vlak voordat de beek in de Rijn stroomt. Hij had een soort brancard gebouwd waarmee je via een rail onder de waterval van de beek werd geschoven. Het bed was afgedekt met plastic dat met enige afstand van je hoofd werd gehouden. Nat werd je nauwelijks maar de krachtige stroming voelde je goed op je buik, het maakte een flink geluid en je rook het water. Die ervaring was voor mij de sterkste van de kunstwerken ‘waarin de actuele betekenis van de relatie tussen mens en natuur wordt bevraagd.’
Even was er het besef dat de beek altijd stroomt.

foto; Ellen Boersma

te late Romantiek

Park Klarendal ligt ‘uphill’ in het noorden van de stad. Op ochtenden, van mijn hardlooproute, zie ik daar vaak Romantische schilderijen; vergezichten omkaderd door oude bomen met breed laaghangende takken, van opkomende zonnen, en of mistige heuvels in een verdampend perspectief, de skyline van de stad met in de verte de IJssel, Nijmegen en het Reichswald. Het is nauwelijks te fotograferen. Ook niet handig wanneer je wilt hardlopen.
Beneden in het park, tegenover wat ooit de Arnhemse Buitenschool was stond een oude schuur een garage(?), op een verloren lapje grond, in onbruik, vervallen, verscholen tussen bomen en struiken, overwoekerd; heel Romantisch. Die kon ik wél fotograferen, dacht ik, op een wandeling afgelopen zondag. Maar ik was te laat. Het onroerend goed was gesloopt. Jammer, fotograferen moet je nooit uitstellen. Zelfs dingen die al jaren en jaren bestaan verdwijnen zomaar. Maar wonderlijk was wel dat ik nu de ruimte zag die het in had genomen, de herkenning was verdwenen. Het zicht was nieuw, luchtig. Het was leeg, ook mooi.

lam in het bushokje

Zurbarán schilderde het Lam Gods maximaal overtuigend. Ik zie zijn Agnus Dei, (een tamelijk klein schilderij, 37,3 x 62 cm, uit de tijd van Rembrandt)- zelfs voor de meest ongelovige- als een godsbewijs. Niet voor niets dat het ‘Rijks’ dat beeld kiest in de reclamecampagne. In 2016 tekende ik in mijn bollekesdagboek ook een negatief daarvan, een zwart schaap.